Zorgmijding en zorggebruik

Eén van de vraagstukken die sinds de corona-uitbraak speelt, is of COVID-19 leidt tot mijding van zorg wegens besmettingsangst of vermindering van zorg door capaciteitsproblemen of bijvoorbeeld het ontbreken van beschermende middelen (zoals mondkapjes). 

 

WAT LATEN DE (eerdere) METINGEN ZIEN?

Uit de eerste meting bleek dat een groot deel van de respondenten bang was voor besmetting en daarom liever niet naar de huisarts zou gaan of zorgverleners aan huis zou laten komen. Ook gaf een deel van de respondenten aan nu minder professionele zorg en ondersteuning te ontvangen dan voorafgaand aan de uitbraak. In april behoorden vooral kwetsbare groepen (respondenten met lage inkomens en degenen die een slechte gezondheid ervaren) tot deze groepen.

Een andere opvallende uitkomst uit de eerste meting was dat tussen een kwart en een derde van de respondenten meer gevoelens van angst, stress en somberheid ervoeren. 

 

UITKOMSTEN tweede METING (juli 2020)

De tweede meting laat zien dat dat zorgmijding in de periode tussen april en juli is afgenomen en het zorggebruik weer wat is toegenomen. Het hoge aandeel respondenten in de eerste meting (40 procent) dat zorg mijdt vanwege besmettingsangst, blijkt in de tweede meting gehalveerd te zijn. Toch zegt nog tussen de 10 en 18 procent van de respondenten dat ze nu niet de zorg krijgen die ze vóór de corona-uitbraak ontvingen.

 

thema publicaties

In het rapport De Verdeelde Samenleving worden de uitkomsten van de laatste meting (november 2020) beschreven.