Vertrouwen

Een belangrijke kwestie is of mensen in crisissituaties zoals de huidige pandemie vertrouwen hebben in degenen die leiding proberen te geven: zowel de landelijke en lokale overheid als gezondheidsinstanties zoals het RIVM en de GGD’s. De landelijke overheid die het beleid uitzette, voer in de eerste maanden van de crisis zeer sterk op de deskundigheid en inzichten van het RIVM. Maar achten Nederlanders de overheid en betrokken instanties geloofwaardig en hoe heeft dit vertrouwen zich de afgelopen maanden ontwikkeld?  We kijken niet alleen naar het vertrouwen van mensen in de overheid en instanties, ook wel ‘institutioneel vertrouwen’ genoemd, maar ook het vertrouwen van mensen in elkaar en in mensen in het algemeen oftewel ‘algemeen vertrouwen’.

 

WAT LATEN DE (eerste) METINGEN ZIEN?

Bij de eerste meting in april 2020 constateerden we groot vertrouwen in de overheid. Rond twee derde van de respondenten had (veel) vertrouwen in zowel de landelijke als lokale overheid – alleen in Den Haag lag het vertrouwen in de lokale overheid toen lager. Het vertrouwen in instanties zoals RIVM en de GGD’s lag zelf nog hoger. Driekwart tot 80 procent van de respondenten had (veel) vertrouwen in deze instanties. Dit vertrouwen zorgde voor een groot draagvlak voor de coronamaatregelen.

 

UITKOMSTEN METING november 2020

In april was er zeer veel vertrouwen in de overheid, het RIVM en de GGD. Dit vertrouwen is in de afgelopen maanden sterk afgenomen. Het vertrouwen in de huisarts blijft onverminderd groot. Voor velen is de huis- arts de vertrouwde rots in de branding van de pandemie. Bijna één op de drie respondenten meent dat de coronamaatregelen meer schade veroorzaken dan zij proberen te voorkomen en dat de overheid onvoldoende rekening houdt met de economische en sociale gevolgen van de coronamaatregelen. Vrouwen, ouderen en mensen met een slechte gezondheid zijn minder ontevreden over het overheidsbeleid dan mannen, jongeren en mensen met een zeer goede gezondheid. Mensen met een kwetsbaardere maatschap- pelijke positie (lager inkomen, moeilijk rond- komen, lagere opleiding) zijn meer ontevreden over het overheidsbeleid dan mensen met een sterkere positie.

UITKOMSTEN METING juli 2020

Het vertrouwen in de overheid en instanties is in de periode april-juli afgenomen. Dit geldt in sterkere mate voor Rotterdam en heel Nederland. In Den Haag is die daling minder sterk. Vooral het vertrouwen in de lokale overheid nam in Rotterdam sterk af. Had in april twee derde van de Rotterdammers (veel) vertrouwen in de lokale overheid, in juli was dat nog maar ruim de helft. Den Haag begon met een relatief gering vertrouwen in de lokale overheid, maar dat is niet verder afgenomen. Ook het vertrouwen in gezondheidsinstanties zoals het RIVM en de GGD’s is de afgelopen maanden gedaald. Dit geldt voor heel Nederland, maar wederom vooral voor Rotterdam. Onder de Haagse respondenten is vertrouwen in het RIVM gedaald, maar het vertrouwen in de GGD juist iets gestegen. Hagenaars, Rotterdammers en andere Nederlanders hebben daarentegen onverminderd veel vertrouwen in de huisarts. Voor velen is de huisarts de vertrouwde rots in de branding van de pandemie. Veel minder mensen hebben vertrouwen in de media (radio, TV, kranten). Het vertrouwen in de (sociale) media is bovendien de afgelopen maanden nog verder afgenomen. Veel respondenten hebben daarentegen (veel) vertrouwen in familie en vrienden. Het vertrouwen in vrienden en familie is de afgelopen maanden ook niet afgenomen, soms zelfs iets toegenomen. Het vertrouwen in buren ligt wel op een lager niveau, maar is de afgelopen maanden niet afgenomen. 

 

thema publicaties

In het rapport De Verdeelde Samenleving worden de uitkomsten van de laatste meting (november 2020) beschreven.